Pieterr's Blog

Bloedbank

Al 20 jaar sta ik geregistreerd als donor van de bloedbank. Ooit begonnen met bloedgeven, later werd dat plasma. In het begin mocht ik maar 4 keer per jaar doneren, inmiddels (als mijn agenda het toelaat) kan ik elke maand opdraven. Redenen (voor mij) om te doneren zijn: 1) Hulpehoevende medemens helpen; 2) Eens in de maand wordt je bloeddruk, je hartslag en je ijzergehalte gemeten wat een indicatie is voor je gezondheid; 3) De monsters die genomen worden van je bloed worden ook onderzocht. Vervelende ziektes kunnen wellicht zo in een vroeg stadium ontdekt worden. Afgelopen vrijdag heb ik opgezegd.... Reden hiertoe is dat het bestuur van de bloedbank allen een salaris verdienen wat boven de balkenendenorm ligt. De voorzitter harkt op jaarbasis € 258.000 binnen.... Alle donoren staan hun bloed/plasma kosteloos en vrijwillig af om hun medemens bij te staan. Dat het gedoneerde een waarde heeft dat mag en dat zal zo zijn. Maar gebruik het dan ook waarvoor de mensen het geven en niet om de zakken van een aantal bestuurders te vullen. Ik kreeg tijdens een donatie meestal een naald in mijn arm maar toen ik hier kennis van nam voelde dat alsof ze het bloed onder mijn nagels vandaan haalden. De wereld is gek, de bloedbank nog veel gekker! Groet, Pieter

damesboetieks

Shoppen Een van mijn vrienden vertelde me laatst dat hij samen met zijn vriendin was wezen shoppen. Onmiddellijk kreeg ik medelijden met hem. Het herinnerde me aan al die keren dat ik zelf lijdend voorwerp daarvan was geweest: Winkel in, winkel uit, wachten bij de paskamers, commentaar moeten geven of iets wel of niet staat, volgende winkel etc,… En nadat ik een hele middag zo zielloos had rondgebracht, alle boetiekjes van de binnenstad had gezien gingen wij met lege handen naar huis omdat de vrouw in kwestie zich alleen maar aan het oriënteren was. Ik zuchtte diep en knikte bevestigend in zijn richting om hem te laten weten dat ik wist hoe hij zich gevoeld moest hebben en dat ik met hem te doen. In plaats van eenzelfde reactie terug te geven vertelde hij me dat hij het best wel leuk had gevonden! Verbaasd keek hem aan en vroeg me tegelijkertijd af of ik me in al die jaren vriendschap toch had vergist in zijn seksuele geaardheid. Hij vertelde dat heel veel winkels voor dameskleding tegenwoordig een leestafel hebben voorzien van mannentijdschriften zoals autoweek en voetbal international. Je krijgt zelfs koffie terwijl je wacht! “Tja, een playboy, penthouse en bier is het misschien nog te vroeg voor” antwoordde ik. “Maar op deze manier valt het toch wel mee?” vroeg hij in de hoop dat ik hem hierover gelijk zou geven. Maar ik riep uit:”Nee, man! Dit is het begin van een complot!” Hij vroeg me om mezelf nader te verklaren. Ik zei:”vrouwenaangelegenheden moeten vrouwenaangelegenheden blijven en mannendingen moeten mannendingen blijven. Nu lees je de autoweek in een damesboetiek maar straks werkt het ook andersom: Dan zit je in het stadion voetbal te kijken en dan begint de rij voor je met een tupperwareparty. Of je bent aan het zeevissen en je moet via het kombuis naar de bar omdat ze in het vooronder bezig zijn met een cursus zwangerschapsyoga.” Mijn vriend keek me bedenkelijk aan en ging even bij zichzelf te rade of hij hier verder op door wilde gaan of niet. Verstandig, sneed hij een ander onderwerp aan…. De wereld is gek, damesboetieks dragen ook een steentje bij, Groet, Pieter

Tablatuur

Tablatuur Eindelijk de oplossing voor elke beginnende gitaarvirtuoos die niet, nauwelijks of slecht noten kan lezen. Zoals ik…. Tablatuur! In plaats van die suffe akkoorden te oefenen op je gitaar kun je met behulp van dit simpele fenomeen ook liedjes leren spelen waarmee je wel indruk kunt maken op anderen. De zes strepen vertegenwoordigen je snaren en de nummers die erbij staan laten je precies zijn op welke fret welke snaar ingedrukt dient te worden. Als je zeeslag begrijpt dan kun je ook gitaar spelen. Geweldig! Het internet staat vol met tablatuur. Downloaden, gitaar erbij en voorwaarts mars! Nummers zoals:”Nothing else matters” of “More than words”…. Allemaal binnen handbereik! Ik kreeg mijn handen op de tablatuur van een nummer van Kansas… “Dust in the wind.” Dit oogde niet echt moeilijk en ik besloot dat dit het eerste nummer zou zijn waarmee ik mijn vrienden verbaasd zou laten staan op de eerstvolgende gelegenheid die zich voordeed. Vol goede moed en gewapend met mijn gitaar en het tablatuur ging ik er eens goed voor zitten om me dit nummer zo snel mogelijk eigen te maken. Er waren immers nog zoveel andere mooie liedjes die ik ook graag zou willen kunnen spelen en die allemaal op mij aan het wachten waren. Langzaam begon ik het cijferschrift op mijn gitaar te ontrafelen. Dat ik het nog niet direct op de snelheid kon spelen zoals de gitarist van Kansas het me voordeed kon ik mee leven. Gewoon veel oefenen en dan komt alles goed. Na ongeveer een halfuur prutsen produceerde mijn gitaar geluiden die wel wat weg hadden van het intro van “Dust in the wind.” Althans, de eerste 10 seconden daarvan. Enerzijds gaf me dat succesmomentje wel voldoening. Anderzijds brak het zweet me ook uit aangezien ik nog een lange onbekende weg te gaan had. Toen ik eenmaal wist in welk ritme ik de melodie moest spelen begon ik me mateloos aan mezelf te irriteren omdat ik steeds dezelfde dingen fout deed. Op het moment dat ik mijn vingers goed had gezet verprutste ik de muziek met de aanslag van de snaren en andersom. Maar na een week van bikkelen, zweten, frustratie en keihard oefenen vond ik dat ik het eerste stukje toch wel redelijk in de vingers had. Gemiddeld speelde ik zo’n vier uur per dag. Dat was ook het maximum want dan had ik mezelf dermate gefrustreerd en opgefokt dat mijn lichaamstemperatuur met wel twee graden leek te zijn gestegen. Op die avond kwam een vriend van me langs. Hij speelde al sinds zijn zesde gitaar, kon wel noten lezen en had al in meerdere bandjes gespeeld. Ik dacht even indruk te kunnen maken door hetgeen waar ik zo intensief op aan het studeren was geweest voor zijn ogen in de praktijk te brengen. Toen ik klaar was met spelen en zijn wel complimenten in ontvangst wilde nemen zei hij:”Je speelt het niet goed! Het ritme is fout want die G-snaar moet je op een ander moment aanslaan.” Hij pakte mijn gitaar en zei: “Kijk!” Verslagen luisterde ik naar hoe mijn gitaar “Dust in the wind” had moeten laten klinken als ik er zelf op speelde. Terwijl hij het nummer feilloos ten gehore bracht, tegelijkertijd met mij sprak, niet naar zijn vingers hoefde te kijken (om te controleren of die hun werk wel goed deden)…. Zakte mij de moed in de schoenen. Tja, “All we are is dust in the wind….” En dat gold ook voor mijn gitaar want die deed het trouwens ook best wel goed in de vuurkorf en gaf me daarmee nog één keer warmte. We leven in een gekke wereld, tablatuur draagt ook zijn steentje bij. Groet, Pieter

leenauto

Mijn auto moest voor een grote beurt naar de garage. Deze kon ik de volgende dag laat in de middag pas weer ophalen. Omdat ik ’s ochtends geacht werd op mijn werk te verschijnen en ik een vervoermiddel daarvoor nodig meende te hebben kreeg ik een leenauto mee. De monteur merkte wel op dat het slot aan de bestuurderskant wel eens vast wilde vriezen maar dat het voor de rest een prima auto was. De volgende ochtend toen ik naar mijn werk wilde gaan merkte ik op dat het gevroren had en dat het dat nog steeds deed want het was stervenskoud buiten. Eenmaal bij mijn “leenauto” gearriveerd moest ik vaststellen dat ik ook moest krabben. Koning winter had zich behoorlijk ontfermd over de ruiten van de auto. Toen ik het portier van de auto open wilde maken om de krabber er uit te halen bleek deze dichtgevroren te zijn. Tja, ik had het kunnen weten want ik was gewaarschuwd maar liet me er niet door het veld uitslaan want gelukkig bezit een auto twee deuren en het portier van de bijrijder ging wel open. Eenmaal in de auto bedacht ik mij dat het wel handig zou zijn om de auto te starten, de achterruitverwarming aan te zetten en de airco hete lucht tegen de voorruit aan te laten blazen. Dit zou mijn inspanningen om de ruiten weer schoon te krijgen aanzienlijk verminderen, bovendien zou het daardoor in de auto zelf ook snel aangenamer worden. Nadat ik over de versnellingspook heen geklauterd was slaagde ik in mijn opzet en bromde de motor. Ik pakte de krabber en worstelde me voor de tweede keer over de versnellingspook naar buiten toe. Om de kachel een kans te geven om zijn werk naar behoren uit de voeren gooide ik zachtjes de bijrijderdeur in het portier. Echter, de deur en/of het portier werkte niet mee aan mijn plannetje en ging weer open. Nogmaals deed ik een poging om de deur in het portier te gooien maar opnieuw kwam deze met dezelfde snelheid naar mij toe. Om mijn frustratie en onvrede enigszins kracht bij te zetten deed ik een hernieuwde poging om de deur in het portier te krijgen. Ditmaal met iets meer kracht. Maar in plaats van de gehoopte “klik” kwam de autodeur via het portier tot stilstand tegen mijn scheenbeen. Pijn en woede maakten zich meester van mij en om me heen begon de sneeuw spontaan te smelten. In mijn hoofd borrelden vragen naar boven zoals wie hier nu eigenlijk de baas was? Die klotedeur of ik? Behoedzaam stapte ik uit de gevarenzone en pakte de autodeur opnieuw vast om voor eens en voor altijd duidelijk te maken dat ik me de kachel niet liet aanmaken door een autodeur. Met alle kracht die ik bezat, slingerde ik opnieuw de deur richting het portier waarna deze weer hardnekkig mijn richting uitkwam. Op dat moment ontplofte er een atoombom in mijn hoofd: Ik drukte het knopje van het slot in en jaagde de deur met zoveel kracht richting het portier dat het me nog meeviel dat het raam er in bleef zitten. De deur gaf verlies en ik hoorde de “klik” waar ik zo naar had verlangd. Voldaan en gelukkig bekeek het resultaat van mijn inspanning. Maar het geluk duurde niet lang toen ik het brommende geluid van mijn auto hoorde en me realiseerde dat de sleutel zich in de auto bevond die nu op slot was. Al biddend tot een hoger schepsel smeekte ik dat de kofferbak open zou zijn en dat ik niet mijn werkgever en autogarage hierover uitleg hoefde te gaan geven. ’s Ochtends om kwart over zeven kroop een verslagen man, voor het oog van de buurman die uitgerekend op dat moment zijn hond meende te moeten uitlaten via de kofferbak zijn leenauto in. We leven in een gekke wereld. Leenauto’s dragen ook hun steentje bij. Groet, Pieterr

kerst

Een jaar of wat geleden werd ik door mijn ex-vrouw op pad gestuurd om een kerstboom te kopen. Ik ging met goede moed op stap en probeerde alle irritaties van de voorgaande jaren met betrekking tot kerstbomen te vergeten. Ik deed mijn uiterste best om een gedachte te negeren dat ik uit ervaring weet dat de boom die ik meeneem nooit goedgekeurd wordt. Dit jaar zou alles anders worden, hield ik mezelf voor. Bij de intratuin zocht ik een kleine boom uit maar ik liet me desondanks toch door de verkoper verleiden om een iets grotere boom aan te schaffen. Eenmaal bij mijn auto aangekomen bleek de boom niet in mijn kofferbak te passen en begon de eerste irritatie zich meester van mij te maken. Maar er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden en dus deed ik de kofferbak dicht, het achterportier open en zette de boom met de kluit op de achterbank. Na enig duwen en trekken kon ik de deur eindelijk dichtdoen. De piek van de boom kwam weliswaar tegen mijn voorruit aan, maar: Probleem opgelost! Nadat ik tevreden plaats in mijn auto had genomen en achterom keek naar het resultaat van mijn inspanningen zag ik dat de kluit van de boom mijn hele achterbank besmeerd had en wist dat me dat verschrikkelijk veel tijd en moeite zou gaan kosten om dat weer schoon te krijgen. Maar ik liet me er niet door uit het veld slaan. Onderweg naar huis moest ik ineens een scherpe bocht naar links maken. De kluit op de achterbank gleed hierdoor naar rechts en de top van de boom naar links en kwam daardoor in mijn gezicht terecht. Om mijn gezichtsveld vrij te maken greep ik de desbetreffende tak en probeerde deze weer op zijn oorspronkelijke positie terug te brengen. Echt flexibel bleek de boom niet te zijn want de tak zei:”Knak!” en daarmee had ik van alle takken, die de boom rijk was, net de top gebroken. Om mezelf te beheersen probeerde ik zo min mogelijk te denken aan het dilemma wat net was ontstaan: Óf ik een kerststruik wilde óf een kerstboom met een gespalkte top en uiteraard wat het thuisfront hier van zou vinden. Thuis laadde ik de boom uit en werd mijn voorgevoel bevestigd dat de boom die ik meegenomen had níet goed was. Mijn ex-vrouw begon met” Goh, wat een grote boom, hadden ze er trouwens niet één met top? Wat zoveel betekent als:”Stomme eikel, ik had je nog zo gezegd, een kleine boom! En wát neem je mee!? Een joekel zonder top!” Om de goede vrede te bewaren aanvaardde ik het volgende taakje wat diende te gebeuren namelijk het kopen van de kerstverlichting voor de boom. Maar in mijn hoofd was er inmiddels al vrij weinig meer overgebleven van de vredige kerstgedachte. Bij de gamma, want daar waren ze in de aanbieding, rekende ik zo’n setje af en keerde terug naar huis. Thuis zag ik dat mijn ex-vrouw onze struik had overgepoot in een aarden pot en trok ik de verpakking van de kerstverlichting iets te onstuimig open en daarmee had ik het eerste setje kerstverlichting gesloopt. Niet veel later stond ik dus opnieuw bij de gamma om een tweede setje kerstverlichting af te rekenen. De kassamevrouw herkende mij en vroeg nog beleeft of ik me vergist had in het formaat boom. Wonder boven wonder wist ik haar nog een fatsoenlijk antwoord terug te geven. Eenmaal thuis begon ik de verpakking heel voorzichtig te ontmantelen en niet veel later had ik onze kerstboom opgetuigd met een werkende kerstverlichting. Dit geluk mocht helaas niet lang duren omdat mijn ex-vrouw tegen me begon te zeiken dat ze het toch maar niks vond zo’n kerstboom zonder top. Om van haar gezeur af te zijn besloot ik mijn tuinschaar op te halen en de boom net zo lang te snoeien dat ie weer een top had. Terwijl ik aan het snoeien was knipte ik per ongeluk door de kerstverlichting heen en stond dus even later weer bij de gamma om een derde setje kerstverlichting af te rekenen. De kassamevrouw herkende mij, lachte en zei:”U moet wel een hele grote kerstboom hebben?” Met een rode kop beet ik haar toe:”Nou, als je het wilt weten…Ik hem m godverdomme net gesnoeid!” Niet veel later verliet ik de gamma en een verbouwereerde kassamevrouw. Thuis zette ik opnieuw alle lampjes in de boom en stak na afloop de wederom de stekker in het stopcontact. Met uitzondering van slechts één lampje functioneren ze allemaal prima. En uitgerekend over juist dat ene lampje begon mijn ex-vrouw te klagen:”Als je eenmaal weet dat die ene het niet doet, dan blijft je oog er op vallen he?” Om ook dit allerlaatste probleem hopelijk op te lossen haalde dat ene lampje er tussen uit maar maakte de draad nog niet dicht met plakband omdat het eerst getest diende te worden. Toen ik de stekker in het stopcontact stak en mezelf daarmee trakteerde op 220 maakte ik de draad bij nader inzien toch maar dicht en testte de lampjes opnieuw. De lampjes gaven nu ineens wel heel fel licht. Kennelijk werd de beschikbare stroom verdeeld over alle lampjes minus één. Het eerste lampje was het daar niet mee eens en plofte ook waardoor de beschikbare stroom verdeeld werd over alle lampjes minus twee. Etcetera…. In nog minder dan vijf seconden waren alle lampjes als vallende domineesteentjes voor mijn ogen geploft en had ik alleen nog maar een streng doorgebrande kerstboomlampjes. Als klap op de vuurpijl sloegen de stoppen bij ons in de meterkast door. Mijn eigen stoppen stonden op dat moment ook onder enorme druk maar ik wist me nog te beheersen tot het moment kwam dat ik me realiseerde dat ik nu voor de vierde keer terug moest naar de gamma en dat was de druppel: Ik greep de kerstboom en slingerde die van de achterkamer naar de voorkamer maar onderschatte mijn eigen kracht daarbij volkomen verkeerd in en in plaats dat die kutboom een klein stukje verderop op de grond zou vallen vloog hij met de aarden pot en al door de voorkamer en landde op onze glazen salontafel die daar stuk van meende te moeten gaan. Tijdens kerst was er in mijn huwelijk altijd genoeg voor handen om vredesonderhandelingen over te kunnen voeren. De wereld is gek. Kerst draagt ook zijn steentje bij. Groet, Pieterr

Internet dating

Enige tijd geleden heb ik me ingeschreven op zo'n online datingsite. Dat is een site waar je een foto van jezelf plaatst en een stukje over jezelf schrijft. De rest doet dat ook en dan kun desgewenst met iemand afspreken. Zo sprak ik af met een vrouw waarvan ik een leuke foto had gezien en die over zichzelf schreef dat ze van lezen, wandelen en shoppen hield. Toen ik haar tegenkwam wist ik meteen wat voor shoppen ze bedoelde.... Fotoshoppen, godverdomme!!! Wat ik ook niet begrijp is dat de meeste profielen lijstjes bevatten waar potentiële partners aan moeten voldoen: "Mijn ideale man is lief, heeft humor, is eerlijk, intelligent en ziet er goed verzorgd uit." Of woorden van gelijke strekking. Waar slaat dat op? Ben je ooit iemand tegengekomen die op zoek was naar een lelijke, saaie, achterbakse en stupide vent? Daarbij... Verwacht je dat het dergelijke mensen, na het lezen van zo'n lijstje, weerhoudt om te reageren op een oproep? Niet echt bepaald karakteriserend voor stupide en achterbaks lijkt mij? Mijn ervaring leert dat op het moment dat je iemand treft waarmee je een "klik" hebt dat dan juist de minder positieve eigenschappen naar de achtergrond verdwijnen en dat je deze erbij voor lief neemt. Al met al lijken de meeste internet-daters niet eens de moeite te nemen om een profiel door te lezen. Of ze gaan pas lezen op het moment dat de foto hen aanstaat. We leven in een gekke wereld! Internet Daten draagt ook haar steentje bij. Groet, Pieterr


Tag Navigatie

gedicht   liefde   muziek   nieuw   relatie